Het sterrenbeeld Vosje

Vosje (Vulpecula)
Vosje · Helderste ster: AnserSterrenbeeld in het sterrenregister bekijken

Steekkaart

Latijnse naam
Vulpecula (Vul)
Helderste ster
Anser (α Vul)
Relatieve helderheid
4,44 mag
Hipparcos-catalogus
HIP 95771
Oppervlakte
268 deg² (plaats: 55 van 88)
Rechte klimming
18h 57m 07s tot 21h 30m 39s
Declinatie
+19° 23' 54'' tot +29° 29' 14''
Aangrenzende sterrenbeelden
Zwaan, Lier, Hercules, Pijl, Dolfijn, Pegasus

Zichtbaarheid

Noordelijke hemelBerlin
Zuidelijke hemelSydney
zichtbaargedeeltelijk zichtbaarniet zichtbaar22.00 uur plaatselijke tijd, op ten minste één dag per maand

Het sterrenbeeld Vosje

Het Vosje is een sterrenbeeld van het noordelijk halfrond. Zijn sterren zijn niet erg opvallend, maar daar staat tegenover dat dit sterrenbeeld met Messier 27 (M 27) de zogenoemde Halternevel bevat, een van de mooiste planetaire nevels. Het gaat daarbij om een gaswolk die door een stervende ster is uitgestoten. Al met een goede verrekijker is dit mooie object te zien. Om de handgrepen van de halter te kunnen onderscheiden, is echter een spiegeltelescoop van acht inch nodig. Op waarnemingsbijeenkomsten krijgen belangstellenden soms de gelegenheid door een dobsontelescoop van 35 inch te kijken. Met dit professionele instrument toont de Halternevel zich in al zijn schoonheid.

Geschiedenis

Het sterrenbeeld werd voor het eerst ingevoerd door Johannes Hevelius (astronoom en grondlegger van de cartografie van de maan), in 1690 in zijn sterrenatlas “Firmamentum Sobiescianum”. In die tijd stelde het nog een vos voor die een gans in zijn bek droeg. Oorspronkelijk heette dit sterrenbeeld Vulpecula cum Ansere (vosje met gans). De gans is in de loop der eeuwen echter uit het sterrenbeeld verdwenen. De helderste ster van het sterrenbeeld Vosje draagt tot op heden de naam Anser (gans).

Rond het sterrenbeeld Vosje ontstond in 1967 grote opwinding. De jonge promovenda Jocelyn Bell werkte in het Mullard Radio Astronomy Observatory bij Cambridge met een gloednieuwe radiotelescoop. Bij de analyse van de gegevens viel haar een regelmatig terugkerend signaal op. Jocelyn Bell en haar promotor Antony Hewish konden dit knipperende signaal aanvankelijk niet verklaren en dachten half voor de grap aan het radiosignaal van een buitenaardse beschaving. Zij gaven het object de onofficiële aanduiding LGM-1 (Little Green Men 1). Al snel bleek echter dat LGM-1 een pulsar was, een pulserende neutronenster. Voor die tijd was deze ontdekking niettemin spectaculair. Antony Hewish ontving dan ook in 1974 de Nobelprijs voor de Natuurkunde, die hij deelde met Martin Ryle. Jocelyn Bell, die het signaal had ontdekt, ging met lege handen naar huis. LGM-1 geldt als de eerste ontdekte pulsar en draagt tegenwoordig de officiële aanduiding PSR J1921+2153.