
Steekkaart
- Latijnse naam
- Pyxis (Pyx)
- Helderste ster
- α Pyxidis (α Pyx)
- Relatieve helderheid
- 3,67 mag
- Hipparcos-catalogus
- HIP 42828
- Oppervlakte
- 221 deg² (plaats: 65 van 88)
- Rechte klimming
- 8h 26m 43s tot 9h 27m 37s
- Declinatie
- -37° 17' 31'' tot -17° 24' 41''
- Aangrenzende sterrenbeelden
- Waterslang, Achtersteven, Zeilen, Luchtpomp
Zichtbaarheid
Het sterrenbeeld Kompas
Het Kompas is een sterrenbeeld van het zuidelijk halfrond. Zijn helderste ster is α Pyxidis. Veel interessanter om te observeren is echter zijn ster T Pyxidis, een reeds uitgedoofde ster met een schijnbare helderheid tot 15,8 mag, die met regelmatige tussenpozen een terugkerende nova veroorzaakt (een helderheidsuitbarsting op het oppervlak van een witte dwerg door een explosieve ontbranding van waterstof in een dubbelstersysteem). T Pyxidis draait op zo’n kleine afstand om zijn nog actieve buurster dat hij er gas van afzuigt. Wanneer dit gas op het oppervlak van de uitgedoofde ster terechtkomt, ontstaan er telkens weer thermonucleaire explosies. De laatste novae vonden plaats in 1890, 1902, 1920, 1944, 1966 en 2011. Op die momenten was T Pyxidis met een schijnbare helderheid tot 6,5 mag met het blote oog aan het firmament te zien.
Geschiedenis
De Franse theoloog Nicolas-Louis de Lacaille, die zijn leven aan de astronomie, de geodesie en de wiskunde wijdde, voerde 14 nieuwe sterrenbeelden van het zuidelijk halfrond in. In 1750 vertrok hij voor een vierjarige reis naar Kaap de Goede Hoop, om o.a. de sterrenbeelden van de zuidelijke hemel waar te nemen. Daarbij catalogiseerde hij bijna 10.000 sterren. Zijn nieuwe sterrenbeelden vernoemde Nicolas-Louis de Lacaille meestal naar technische instrumenten. Zo ontstonden de sterrenbeelden Beeldhouwer, Oven, Graveerstift, Luchtpomp, Schilder, Microscoop, Net, Octant, Slingeruurwerk, Kompas, Tafelberg, Telescoop, Winkelhaak en Passer. Daarnaast verdeelde hij het grote antieke sterrenbeeld Schip Argo in de drie sterrenbeelden Kiel, Achtersteven en Zeilen. Zijn sterrencatalogus van het zuiden verscheen in 1763, een jaar na zijn dood, onder de titel “Coelum Australe Stelliferum”. Zijn 14 nieuwe sterrenbeelden hebben gemeen dat ze uit relatief lichtzwakke sterren bestaan.
In de vier helderste sterren van het Kompas zagen de oude Grieken de mast van het schip Argo, maar het Kompas zelf maakte geen deel uit van het antieke sterrenbeeld. In de oudheid was het scheepskompas immers nog niet bekend, want het eerste magnetische kompas werd pas in de 11e eeuw door de Chinezen gebruikt. Nicolas-Louis de Lacaille voerde het Kompas voor het eerst in 1756 in onder de Franse naam “la Boussole” en latiniseerde de naam in 1763 tot “Pyxis Nautica”. Eveneens in 1756 verdeelde hij het schip Argo in drie afzonderlijke sterrenbeelden, omdat het hem te groot en te onoverzichtelijk leek; definitief vastgelegd werd de opdeling in 1763 in zijn sterrencatalogus. Zo ontstonden de Kiel (Carina), de Achtersteven (Puppis) en de Zeilen (Vela) van het schip.
