
Steekkaart
- Latijnse naam
- Chamaeleon (Cha)
- Helderste ster
- α Chamaeleontis (α Cha)
- Relatieve helderheid
- 4,06 mag
- Hipparcos-catalogus
- HIP 40702
- Oppervlakte
- 132 deg² (plaats: 79 van 88)
- Rechte klimming
- 7h 26m 37s tot 13h 56m 27s
- Declinatie
- -83° 11' 46'' tot -75° 17’ 24''
- Aangrenzende sterrenbeelden
- Kiel, Vliegende Vis, Tafelberg, Octant, Paradijsvogel, Vlieg
Zichtbaarheid
Het sterrenbeeld Kameleon
De Kameleon is een sterrenbeeld van het zuidelijk halfrond. Het sterrenbeeld is circumpolair rond de zuidpool. Dat betekent dat zijn sterren zo dicht bij de hemelpool staan dat ze, gezien vanuit Sydney, nooit ondergaan. Het sterrenbeeld staat daar dus het hele jaar boven de horizon. Zijn helderste ster, α Chamaeleontis, stelt het oog van de kameleon voor.
Het sterrenbeeld Kameleon ligt ten zuiden van het sterrenbeeld Zuiderkruis, vlak naast de zuidelijke hemelpool. Al in de 16e eeuw diende het Zuiderkruis de zeevaarders als oriëntatiepunt. Zijn sterren vormen een met het blote oog zichtbaar kruis.
Geschiedenis
Terwijl de sterrenbeelden van het noordelijk halfrond al sinds de oudheid bekend waren en op de meest uiteenlopende mythologieën teruggaan, bleven veel sterrenbeelden van het zuidelijk halfrond lange tijd naamloos. Pas in de 16e eeuw ontfermde men zich over hen. Tussen 1595 en 1597 brachten de Nederlandse zeevaarders Pieter Dirkszoon Keyser (opperstuurman) en Frederick de Houtman (broer van de kapitein) in opdracht van Petrus Plancius tijdens een expeditie de zuidelijke sterrenhemel in kaart. Beïnvloed door hun belevenissen tijdens de reis naar Oost-Indië gaven zij een dozijn sterrenbeelden een naam: Kameleon, Vlieg, Vliegende Vis, Indiaan, Kraanvogel, Paradijsvogel, Pauw, Phoenix, Goudvis, Kleine Waterslang, Zuiderdriehoek en Toekan.
Op sterrenkaarten die kort voor 1600 verschenen, werd de Kameleon afgebeeld met uitschietende tong. De twee Nederlandse zeevaarders zullen hem in verband hebben gebracht met zijn buursterrenbeeld Vlieg, dat later bijna twee eeuwen lang Bij heette. Aangenomen mag worden dat zij dit leguaanachtige schepsel in 1595 op Madagaskar tegenkwamen en zo gefascineerd waren door zijn uitschietende tong dat ze een sterrenbeeld naar dit dier en een ander sterrenbeeld naar zijn prooi vernoemden. Dat zij aan de Kameleon het onopvallendste van de twee sterrenbeelden toekenden, is wellicht evenmin toeval. De kameleon kan zich immers grotendeels aan zijn omgeving aanpassen en zijn prooi vanuit het niets verrassen. Het sterrenbeeld Kameleon zal echter niet altijd onopvallender blijven dan zijn prooi. Door het oostelijke deel van het sterrenbeeld strekken zich verscheidene moleculaire wolken uit, die genoeg materie bevatten voor duizenden nieuwe sterren en al honderden sterembryo’s hebben gevormd. Wanneer deze “babysterren” over een paar miljoen jaar helder genoeg stralen, zal de Kameleon bijna even interessant zijn als zijn prooidier.
