
Steekkaart
- Latijnse naam
- Monoceros (Mon)
- Helderste ster
- β Monocerotis (β Mon)
- Relatieve helderheid
- 4,60 mag
- Hipparcos-catalogus
- HIP 30867
- Oppervlakte
- 482 deg² (plaats: 35 van 88)
- Rechte klimming
- 5h 55m 52s tot 8h 11m 24s
- Declinatie
- -11° 22' 08'' tot +11° 56' 00''
- Aangrenzende sterrenbeelden
- Tweelingen, Orion, Haas, Grote Hond, Achtersteven, Waterslang, Kleine Hond
Zichtbaarheid
Het sterrenbeeld Eenhoorn
De Eenhoorn is een sterrenbeeld van het noordelijk en het zuidelijk halfrond. Het sterrenbeeld is dus overal ter wereld waar te nemen. Zijn helderste ster is β Monocerotis, die de rechtervoorhoef van de eenhoorn voorstelt.
Hoewel het sterrenbeeld Eenhoorn alleen uit betrekkelijk lichtzwakke sterren bestaat, is het verhoudingsgewijs eenvoudig te vinden. Het ligt namelijk midden in de zeer bekende sterrengroep Winterdriehoek. Dat is een in de winter zeer goed zichtbare groep van drie sterren, die samen een bijna gelijkzijdige driehoek vormen. Hij wordt gevormd door de sterren Procyon (in het sterrenbeeld Kleine Hond), Sirius (in het sterrenbeeld Grote Hond) en Betelgeuze (in het sterrenbeeld Orion).
Bovendien kunnen zelfs amateurastronomen in dit sterrenbeeld veel ontdekken. Omdat de Melkweg erdoorheen loopt, bevat het een groot aantal open sterrenhopen en galactische nevels. Bijzonder vermeldenswaard zijn de open sterrenhoop M 50, die uit ca. 100 sterren bestaat, en de open sterrenhoop NGC 2244, die in de beroemde Rozetnevel ligt. De Rozetnevel is een gaswolk die oplicht door de vele jonge en lichtkrachtige sterren erin. Beide sterrenhopen zijn al met een verrekijker te verkennen.
Geschiedenis
De Nederlandse theoloog, astronoom en cartograaf Petrus Plancius ontwierp in 1612 een hemelglobe met enkele nieuwe sterrenbeelden die geen heldere sterren bevatten. Daarop voerde hij de Eenhoorn in, samen met de Giraffe; ook de Duif gaat op hem terug. Of Plancius daarbij aan de Bijbel dacht, is niet overgeleverd; de eenhoorn gold echter al lang als christelijk symbool van zuiverheid. Jacob Bartsch nam de Eenhoorn en de Giraffe in 1624 over in zijn sterrenkaart en maakte ze bekend. Hij interpreteerde de eenhoorn als bijbels dier.
Voor deze interpretatie pleit dat de eenhoorn op meerdere plaatsen in het Oude Testament wordt genoemd. De in het Oude Testament genoemde eenhoorn berust echter waarschijnlijk eerder op een vertaalfout. In de Griekse vertaling is het Hebreeuwse woord “re’em” met eenhoorn vertaald. In werkelijkheid werd echter waarschijnlijk de oeros bedoeld. Die werd op oude tekeningen vaak van opzij afgebeeld, zodat in plaats van zijn twee hoorns maar één hoorn te zien was. De eenhoorn uit de Bijbel gaat dus waarschijnlijk terug op een heel gewoon, aards dier.
