Het sterrenbeeld Slangendrager

Slangendrager (Ophiuchus)
Slangendrager · Helderste ster: RasalhagueSterrenbeeld in het sterrenregister bekijken

Steekkaart

Latijnse naam
Ophiuchus (Oph)
Helderste ster
Rasalhague (α Oph)
Relatieve helderheid
2,08 mag
Hipparcos-catalogus
HIP 86032
Oppervlakte
948 deg² (plaats: 11 van 88)
Rechte klimming
16h 01m 33s tot 18h 45m 50s
Declinatie
-30° 12' 44'' tot +14° 23' 15''
Aangrenzende sterrenbeelden
Hercules, Slang, Weegschaal, Schorpioen, Boogschutter, Arend

Zichtbaarheid

Noordelijke hemelBerlin
Zuidelijke hemelSydney
zichtbaargedeeltelijk zichtbaarniet zichtbaar22.00 uur plaatselijke tijd, op ten minste één dag per maand

Het sterrenbeeld Slangendrager

De Slangendrager is een sterrenbeeld van het noordelijk en het zuidelijk halfrond en is overal ter wereld waar te nemen. Zijn helderste ster draagt de Arabische naam Rasalhague (kop van de slangenbezweerder). Het sterrenbeeld Slangendrager ligt op de ecliptica en zou daarmee eigenlijk het dertiende van de tegenwoordig bekende twaalf dierenriemtekens vormen. Sinds de Babyloniërs zijn er echter maar twaalf: zij verdeelden de ecliptica, passend bij de twaalf maanden, in even grote delen van elk 30 graden. De ecliptica beschrijft de schijnbare baan van de zon in de loop van een jaar. Daarbij doorloopt de zon alle dierenriemsterrenbeelden. Van 29 november tot 17 december staat de zon in het sterrenbeeld Slangendrager. In die periode is het sterrenbeeld niet waar te nemen, omdat het aan de daghemel staat. Hier staat ook de ster van Barnard (Barnards pijlster), een rode dwerg op zo’n 6 lichtjaar afstand, die sneller langs de hemel beweegt dan enige andere bekende ster. In 1604 lichtte hier de supernova van Kepler op, de laatste met het blote oog waargenomen sterexplosie in de Melkweg.

Mythologie

De Grieken zagen in de Slangendrager Asklepios, de god van de geneeskunst. Zijn ouders waren Apollo, o.a. god van de genezing, de zedelijkheid en de muziek, en Coronis, een kleindochter van de oorlogsgod Ares. Coronis, de geliefde van Apollo, hield echter van de sterveling Ischys en bedroog Apollo met hem, hoewel ze al zwanger van hem was. Apollo kwam erachter en bracht de dood van beiden teweeg. Apollo zelf (volgens een andere overlevering Hermes) redde het kind op het laatste moment van de brandstapel door het uit de moederschoot te snijden, en vertrouwde het toe aan Chiron, die Asklepios als een eigen zoon grootbracht en hem leerde genezen en jagen. Een slang toonde hem op een dag een bijzonder geneeskruid: op Kreta was de zoon van de koning in een honingvat verdronken. Toen een slang naar het lijk toe kroop, doodde Asklepios haar met een staf. Daarop kwam een tweede slang met geneeskrachtige kruiden tevoorschijn en bracht daarmee de dode weer tot leven. Asklepios legde de kruiden op de dode, en ook de koningszoon ontwaakte. Later zou hij ook nog de zoon van de held Theseus hebben opgewekt, die bij een val van zijn wagen was omgekomen. Met elke opstanding groeide de onvrede van Hades, de god van de onderwereld, die vreesde dat de stroom van zielen zou opdrogen. Hij beklaagde zich bij zijn broer Zeus, die Asklepios met een bliksemschicht velde. Uit woede daarover doodde Apollo de drie cyclopen die de bliksemschichten van Zeus smeedden. Om hem te sussen, maakte Zeus Asklepios onsterfelijk en plaatste hij hem met de slang aan het firmament. De slang staat voor zijn geneeskunst; door haar jaarlijkse vervellingen en schijnbare wedergeboorte geldt zij tot op heden als het symbool daarvan.