
Steekkaart
- Latijnse naam
- Hydra (Hya)
- Helderste ster
- Alphard (α Hya)
- Relatieve helderheid
- 1,98 mag
- Hipparcos-catalogus
- HIP 46390
- Oppervlakte
- 1.303 deg² (plaats: 1 van 88)
- Rechte klimming
- 8h 10m 56s tot 15h 02m 31s
- Declinatie
- -35° 41' 46'' tot +6° 37' 49''
- Aangrenzende sterrenbeelden
- Beker, Sextant, Leeuw, Kreeft, Kleine Hond, Eenhoorn, Achtersteven, Kompas, Luchtpomp, Centaur, Wolf, Weegschaal, Maagd, Raaf
Zichtbaarheid
Het sterrenbeeld Waterslang
Het sterrenbeeld Waterslang is een sterrenbeeld van het zuidelijk halfrond. Het is het grootste en langste van alle 88 sterrenbeelden en slingert zich over een kwart van de hemel. De helderste ster is α Hydrae, met de Arabische naam Alphard (de eenzame), want in zijn buurt staat geen andere heldere ster.
Ondanks zijn omvang is het sterrenbeeld Waterslang tamelijk onopvallend. De kop, die uit vijf sterren bestaat, is echter vrij gemakkelijk te vinden door de verbindingslijn tussen Castor en Pollux in het sterrenbeeld Tweelingen te verlengen.
Mythologie
Het sterrenbeeld is verbonden met twee sagen. De bekendste gaat over het monster Hydra, een slang met negen koppen, waarvan de middelste onsterfelijk was. Omdat Hydra dood en verwoesting zaaide, werd Hercules eropuit gestuurd om haar te doden. Maar voor elke afgeslagen kop groeiden er twee nieuwe aan. Bovendien stuurde Hera, de vrouw van Zeus, een reuzenkreeft om zich van de onwettige telg van haar man te ontdoen. Hercules vertrapte de kreeft, en Hera plaatste hem aan de hemel (sterrenbeeld Kreeft). Ten slotte versloeg Hercules Hydra met hulp van zijn wagenmenner Iolaos, die elke stomp met vuur dichtschroeide. De onsterfelijke kop begroef Hercules onder een rots. Zijn pijlen doopte hij in het giftige bloed van Hydra; ze zouden hem later nog goede diensten bewijzen. Aan het firmament werd Hydra alleen met haar onsterfelijke kop vereeuwigd.
De tweede sage gaat over een raaf, een waterslang en een beker. De raaf was de vogel van Apollo, een zoon van de oppergod Zeus. Toen Apollo zijn vader een offer wilde brengen, stuurde hij de raaf met een vergulde beker op pad om vers water uit een bron te halen. Onderweg zag de raaf een vijgenboom met nog onrijpe vruchten. Hoewel hij zich moest haasten, kon hij de verleiding niet weerstaan en wachtte hij enkele dagen tot de vijgen rijp waren. Volgevreten en op zoek naar een uitvlucht greep hij een waterslang en beweerde bij Apollo dat die hem de weg naar de bron had versperd. Apollo doorzag de leugen en ontnam hem als straf het vermogen om in de tijd dat de vijgen rijpen te drinken. Daarna plaatste hij de raaf, de waterslang en de beker aan de hemel.
